Spijt heb ik. Achteraf. Spijt als haren op mijn hoofd. Niet omdat ik de keuze heb gemaakt je het zware en pijnlijke gevecht tegen kanker te besparen, maar omdat ik je veel te weinig gewaardeerd heb in al die jaren dat je bij me was. Want wat was je een makkelijk hondje. Je hebt nooit gevochten, je bent nooit achter loopse teefjes aangegaan, en niet één keer ben je weggelopen. Je bent nooit ziek geweest, zelfs geen kleine kwaaltjes gehad. Niet een keer heb je me door je gedrag laten weten dat ik in jouw opvoeding toch wel de nodige steken had laten vallen. Alles ging vanzelf bij jou. Je was er gewoon altijd. En ik was druk met mezelf. Met volwassen worden, met mijn eigen zaak, met ziek zijn, operaties, herstellen, verliefd worden, samenwonen en weer uit elkaar gaan. Alles heb je meegemaakt en altijd was je er voor mij. Soms op de voorgrond, maar meestal op de achtergrond. En ik had het vaak niet eens door. Totdat we afscheid moesten nemen. Toen kwam het verdriet en toen pas realiseerde ik me hoe belangrijk je voor me was. En toen kwam de spijt, heel veel spijt.
Fouten maak je om van te leren en de hond die ik nu heb, probeer ik wel alles te geven wat ik jou onthouden heb. Maar daarmee maak ik ons verleden niet goed.
Lief Blauwhelmpje, rust zacht. Ik denk nog vaak aan je en je hebt een heel speciaal plekje in mijn hart. Voor altijd.