-Het ontstaan van de Rhodesian Ridgeback
-De Ridge
-Karakterbeschrijving
-Rasstandaard van de Rhodesian Ridgeback
-De gewenste hoekingen en stand van de benen bij de Rhodesian Ridgeback



De Rhodesian Ridgeback is een "nieuw" ras waarvan de oorsprong teruggaat naar het einde van de 19į eeuw.
Ruim honderd jaar geleden jaagde een jager op grootwild in RhodesiŽ (nu Zimbabwe) met zijn honden. Zijn naam was Cornelis van Rooijen en zijn meute jachthonden bestond uit zeer uiteenlopende kruisingsproducten van de destijds algemeen voorkomende Europese rassen. In de meute waren exemplaren die in grootte en exterieur varieerden van kleinere doggen tot terriŽrs. Een grote diversiteit in kleur was aanwezig, doch eenkleurig geel en rood, als ook gestroomde honden zag je het meest. Van Rooijen wist door strenge selectie een jachthond te verkrijgen die bijzonder geschikt was voor het jagen onder de barre omstandigheden. Een hond die weinig gevoelig is voor de in ruime mate aanwezige parasieten, een hond die om weinig verzorging vraagt, een die niet overmatig veel voedsel nodig heeft, een die lang zonder water kan, een die zowel op zicht als ook met de neus jaagt, een die het kamp of de boerderij kan bewaken, een die behoorlijk snel kan lopen, wendbaar is en over de nodige spierkracht beschikt, een die over een groot uithoudingsvermogen beschikt. Cornelis kreeg het voor elkaar om een dergelijke hond te fokken en hij werd door andere jagers zeer gerespecteerd. Velen kochten bij hem hun honden of combineerden ze met de zijne.
Van Rooijen keek verder dan de Europese rassen die de Boeren en Engelsen meebrachten naar Afrika, hij kruiste ook met Afrikaanse honden en bastaarden. Sommige ervan waren voorzien van een dorsale kam of ridge, welke deze mutatie doorgaven aan het nageslacht. Er bestaan diverse versies van even zovele auteurs en onderzoekers waar deze mutatie zich het eerst heeft voorgedaan. Aanvankelijk werd gesproken over de hond van de Hottentotten welke leek op een jakhals en voorzien was van een rugkam. Later is dit weerlegd, deze honden zouden met Bantu's uit Oost Afrika meegekomen zijn. Niet de hottentot hond doch de Afrikaanse jachthond "Nguni" zou verantwoordelijk zijn voor het doorgeven van de ridge in de populatie jachthonden van Van Rooijen. Van Rooijen's honden stonden in die tijd bekend als: Leeuwhond, Boerhond, Van Rooijenhond, Rifrug, Kamrug en Steekbaard. Gezegd mag worden dat Cornelis van Rooijen bijzonder veel inspanningen heeft gedaan om die voor het Afrikaanse klimaat geschikte gebruikshond te fokken die we nu kennen als Rhodesian Ridgeback.
Een hond die op geen enkel terrein uitblinkt doch op alle kan functioneren. Hij is snel maar niet de snelste, hij is sterk maar er zijn sterkere rassen en zo kan je nog wel een aantal eigenschappen belichten.

De standaard van het ras werd opgesteld bij de oprichting van de Rhodesian Ridgeback Club van Bulawayo in 1922. Het voornaamste kenmerk van het ras is een streep op de rug, de Ridge, gevormd in de vacht volgens de centrale lijn van de rug van de hond. De Ridge wordt gevormd door haar dat in de tegenovergestelde richting groeit van de rest van de vacht.

Terug naar boven



Aan de Ridge dankt het ras zijn naam. De ridge wordt gevormd door een streep in tegengestelde richting groeiend haar, midden over de rug. Aan de voorzijde bevindt zich de "box" die net achter de schoudertoppen begint en symmetrisch van vorm is. De box kan rond, hartvormig, recht, vierkant of rechthoekig zijn en dient twee symmetrisch geplaatste kruinen of "crowns" te bevatten. De ideale ridge is direct achter de box ongeveer 5 centimeter breed en verloopt taps tot in een punt doorlopend ter hoogte van de heupen. De lengte van de box mag niet meer dan een derde van de totale lengte zijn.
De ridge op zich heeft geen enkele functie, maar bij het opstellen van raspunten is de ridge als bijzonder kenmerk genoteerd. Dit gebeurde op initiatief van de families Peard, Dickson en Barnes. De ridge is hierdoor het specifieke kenmerk van het ras geworden en derhalve toch bijzonder belangrijk in de fokkerij en bij het showen.
Barnes richtte overigens ook de eerste club voor het ras op: de Parent-club. Door zijn inspanningen werd deze club evenals de rasstandaard in 1924 erkend door de Kennel Union of South Africa (KUSA).

Opmerking: een pup zonder ridge zal er nooit een krijgen! Ook het aantal kronen zal nooit in aantal toe- of afnemen.

             

Terug naar boven



Vergeleken met andere rassen is de Ridgeback excentriek. De volwassen hond is onafhankelijk, straalt rust uit en kan gereserveerd zijn tegenover vreemden. Ook laat hij een zekere vorm van arrogantie en zelfverzekerdheid zien.

De jonge Ridgeback overschaduwt de volwassen hond voor wat betreft zijn karakteristieke gedrag met al zijn ondeugd, koppigheid en overdrevenheid. In de eerste maanden van zijn jeugdige onschuld is het van belang dat men rustig maar vastberaden zijn dominantie over de jonge hond laat gelden. Een Rhodesian Ridgeback is bijzonder voor wat betreft de inprenting. Hij beschikt over een bijzonder goed associatievermogen en neemt dan ook alle indrukken die zijn omgeving hem bieden in zich op. Zowel positieve als ook negatieve indrukken. Consequent handelen en niet betuttelen zijn vereisten in deze levensfase. Een eerlijke aanpak, waarbij de hond als hond wordt gezien en niet wordt vermenselijkt zijn van cruciaal belang op zijn gedrag gedurende de rest van zijn leven.

Het is een hond die laat rijpt. De reuen zijn pas op de leeftijd van tweeŽnhalf jaar geestelijk volledig ontwikkeld. De teven daarentegen zijn wat sneller geestelijk in balans. Reuen zijn veelal betere bewakers en de teven hebben meer aanleg voor het jagen.

Zijn eigen wil, vastberadenheid en gevoel voor eigenwaarde maken dat de Rhodesian Ridgeback niet gemakkelijk tot onderworpenheid kan worden gedwongen. Het tegenwoordig bij trainers populaire "Flatten" is dan ook geen goede zaak bij het opvoeden van de Ridgeback.

De houding van deze hond is niet die van een slaaf maar van een partner en als zodanig dient hij ook behandeld te worden. Contactarmoede, hardheid en geestelijke overbelasting kunnen deze hond in blijvende verwarring brengen. De enige manier om een Ridgeback goed te laten functioneren en om respect van hem te krijgen is gebaseerd op wederzijds vertrouwen en een consequente goede training. Niet iedereen is geschikt om een Rhodesian Ridgeback een passende opvoeding te geven, het vraagt nogal wat energie en steeds maar weer consequent handelen.

Als huisgenoot en vriend demonstreert de Ridgeback een bijzondere trouw en toewijding aan zijn huisgenoten en zoekt een individu uit die hij als leider beschouwt. Het is zeer belangrijk dat binnen uw gezin een der huisgenoten in staat is de Alfa positie in te nemen. Een consequente figuur die veel van de verzorging op zich neemt is de uitverkorene. Veelal is dit, ja het is niet anders "moeder de vrouw".

De Ridgeback is een uitnemende bodyguard en waakhond. Hij beschouwt uw hebben en houden als het zijne en zal het dan ook beschermen.
Blaffen doet hij niet onnodig, alleen om u te waarschuwen voor gevaar of eventuele indringers.
Een karakteristiek gedrag, gekoppeld aan een nogal lui uitziende levensstijl is typisch voor de Ridgeback.
Signalen van waakzaamheid worden soms gedemonstreerd door het oplichten van een ooglid of het oprichten van het hoofd, onderwijl gapend en zich uitstrekkend.

Kinderen worden op verschillende manieren getolereerd, van onverschilligheid tot aanhankelijkheid.
Echter, de Ridgeback zal gerespecteerd moeten worden en mag niet worden behandeld als een stuk speelgoed. Uiteindelijk zal ook een Ridgeback, alhoewel hij een zeer hoge irritatiedrempel heeft, dit niet accepteren.

Van nature een luilak zal hij geen onnodige energie verspillen om zijn doel te bereiken. Hij zal vaak tevreden zijn als hij zijn tijd kan gebruiken om te dutten, het liefst pal in de zon of zich bijna schroeiend aan het haardvuur en in de meest vreemde posities liggend.
Dit mag gezien worden als het tegenovergestelde op de beschrijving van die energieke en dynamische hond waarvoor de Ridgeback vaak doorgaat. Voor zijn beweging en conditie opbouw zijn lange wandelingen of fietstochtjes in draf zeker geen overbodige luxe. De baas moet zelf actief zijn, de Ridgeback zal zijn voorbeeld dan volgen. Het is namelijk geen hond die als een dwaas rondjes gaat rennen wanneer de baas uit zit te rusten.

Zoals eerder gezegd zal de Rhodesian Ridgeback nooit zonder aanleiding gaan vechten, maar conflicten proberen te vermijden wanneer mogelijk. Is dit niet mogelijk, dan is vaak het tonen van zijn dominantie voldoende om respect te krijgen. Van oorsprong is de Ridgeback een jacht- en waakhond. Hij heeft een scherp gezichtsvermogen en een uitstekende neus. Hij staat open voor indrukken en heeft een zintuig voor gevaar, zoals men dat vaker ziet bij wilde dieren. Wellicht is dit de verdienste van de jagers op groot wild die een bijzonder strenge selectie doorvoerden. Heel veel eigenschappen die verankerd zijn in het erfelijk materiaal van de Rhodesian Ridgeback.

Hij is intelligent en toegewijd zonder zijn aanhankelijkheid te verbergen. Kortom een hond die voor eenieder die eerlijk met hem omgaat, een trouwe en toegenegen huisgenoot en kameraad is die in extreme omstandigheden tot buitengewone prestaties bereid en in staat is.

Geschreven door Jan Coppens voor het maandblad "Onze Hond"

Terug naar boven



Algemene verschijning: Een volwassen Rhodesian Ridgeback is een mooie, sterke, gespierde en actieve hond met een symmetrisch silhouet. De Rhodesian Ridgeback heeft een groot uithoudingsvermogen en is tot het behalen van een behoorlijke snelheid in staat. Hij is ook lenig e n wendbaar, wat opvalt bij dit grote hondenras.

Bijzonderheden: Dit hondenras dankt zijn naam aan zijn ridge. De ridge of "pronk", is een streep haren die zich op de rug bevindt, die tegen de groeirichting van de vacht gaat. De ridge begint direct achter de schouders en loopt door tot ter hoogte van de heupen. De ridge dient twee identieke kronen te hebben, die recht tegenover elkaar geplaatst horen te zijn. De kronen mogen zich niet l ager bevinden dan eenderde van de ridge, gerekend vanaf het begin van de ridge. Vijf centimeter is een goed gemiddelde voor d e breedte van de ridge, gemeten direct achter de kronen.

Temperament: Waardig, intelligent en gereserveerd tegenover vreemden, maar toont zonder aanleiding geen agressie of verlegenheid.

Het Hoofd: Het hoofd moet tamelijk lang, de schedel vlak en vrij breed tussen de oren, en moet in rust zonder rimpels zijn. De stop moet vrij duidelijk zijn. De neus zwart of bruin, in verhouding bij de kleur van de vacht. De snuit is lang, diep en krachtig met stevige kaken. De lippen dienen goed gevormd te zijn en goed om de kaken te sluiten.

De Ogen: De ogen dienen op matige afstand van elkaar te staan en rond, helder en glanzend te zijn en moeten de Rhodesian Ridgeback een intelligente uitdrukking geven. De kleur van de ogen dient te harmoni\xebren met de vacht. Zo behoren bij een zwarte neus do nkere ogen en bij een bruine of leverkleurige neus amberkleurige ogen.

De Oren: De oren dienen tamelijk hoog aangezet te zijn, middelmatig van grootte en vrij breed bij de basis, geleidelijk uitlopend tot een ronde punt. De oren dienen dicht tegen het hoofd gedragen te worden.

De Bek: Sterke kaken met een perfect en compleet schaargebit. De tanden dienen goed ontwikkeld te zijn, vooral de hoektanden.

De Nek: De nek moet vrij lang zijn, sterk en mag geen keelhuid vertonen.

De Voorhand: De schouders moeten hellend, droog en gespierd zijn. De voorbenen dienen recht, sterk en goed ontwikkeld te zijn met vrij zwa re botten. De ellebogen dienen tegen het lichaam gehouden te worden.

Het Lichaam: De borst mag niet te breed zijn maar wel diep en ruim. De ribben dienen middelmatig rond te zijn maar nooit rond als een hoep el. De rug is krachtig, de lendenen sterk, gespierd en licht gebogen.

De Achterhand: De bespiering dient droog te zijn met een goede definitie. De achterhand dient goede hoekingen te vertonen en de spronggewric hten dienen laag geplaatst te zijn.

De Voeten: De voeten dienen compact te zijn met goed gebogen en aaneengesloten tenen. De voetzoolkussens dienen elastisch te zijn met be schermend haar tussen de tenen en voetzolen. De Rhodesian Ridgeback behoort de zogenaamde "katvoeten" te hebben.

De Staart: De staart dient sterk en breed bij de aanzet te zijn, geleidelijk aflopend naar de punt. De staart dient noch te hoog noch te laag aangezet te zijn en moet vrij van grofheden zijn en dient met een lichte welving gedragen te worden. Nooit gekruld.

Beweging: Recht voorwaarts, vrij en actief.

De Vacht: De vacht dient kort, dicht en glanzend van aanzien te zijn. De vacht mag nooit wollig of zijdeachtig zijn.

De Kleur: De Rhodesian Ridgeback dient een kleur te hebben van licht- tot roodtarwe. Een beetje wit op de borst en tenen is toegestaan maar overmatig wit op de buik, borst en boven de voeten is niet wenselijk. Het masker en de oren mogen donkerder zijn dan de rest van de vacht.

De Grootte: Een volwassen Rhodesian Ridgeback moet een mooie rijzige hond zijn. De schofthoogte van de reu moet tussen de 63 en 69 cm. zi jn. De schofthoogte van de teef moet tussen de 61 en 66 cm. zijn.

Fouten: Ieder verschil of afwijking van de voornoemde punten in de rasstandaard, dient gezien te worden als een fout en dient dan ook naar gelang de afwijking beoordeeld te worden.

OPMERKING: De reuen dienen twee testikels te hebben die volledig in het scrotum moeten zijn ingedaald.

Terug naar boven






Well Balanced

Body Proportions







Korrekte stand van de benen



Ongewenste stand voorbenen


Ongewenste stand achterbenen

Tekeningen door dhr. J.G. Coppens


Terug naar boven

© De ridgebacklijst